Ook overige zelfstandigen horen bij het capaciteitsbeeld
CBS-cijfers over 2021 tot en met 2023 laten zien dat zorg en welzijn naast werknemers en zzp-ondernemers nog een omvangrijke, diverse groep zelfstandigen kent.
Wat speelt er?
Het CBS publiceerde op 16 oktober 2026 een onderzoek naar ‘overige zelfstandigen’ in zorg en welzijn. Dit zijn mensen met inkomsten uit eigen arbeid die fiscaal niet als ondernemer worden gezien. In 2021 tot en met 2023 ging het gemiddeld om 74.000 mensen per jaar. Tachtig procent was vrouw en de gemiddelde leeftijd was 49 jaar.
Voor 29% was dit werk de belangrijkste inkomensbron. Het mediane jaarinkomen uit dit werk bedroeg 13.000 euro als hoofdinkomen en 2.000 euro als bijverdienste. Pgb-zorgverlener en gastouder waren de meest genoemde werkzaamheden. De cijfers beschrijven een eerdere periode en zeggen niet hoeveel mensen nu beschikbaar zijn voor een rooster.
Zo kun je ermee aan de slag
- Maak in de personeelsplanning onderscheid tussen dienstverband, zzp-ondernemerschap en overige zelfstandige inzet.
- Leg per rol vast hoeveel uren en welke overdracht nodig zijn, met zo min mogelijk persoonsgegevens.
- Breng afhankelijkheden van incidentele of aanvullende inzet in kaart en spreek een back-up af.
Oorspronkelijke bronnen
CBS: Overige zelfstandigen in zorg en welzijn
Gepubliceerd: 16 oktober 2026
Samengesteld met hulp van AI. De praktische stappen zijn voorstellen van HumiCare; de bronnen onderbouwen de beschreven feiten.